Gezinsblad
Jeremiasse Cornelis Quist #464 met:
Neeltje Domus #465
1) Rachel Jeremiasse Quist #132, ged. 16 nov 1653 te Stavenisse (zl), ovl. jan 1718 te Sint Maartensdijk (zl), begr. 29 jan 1718 te Stavenisse (zl)
Wed.van Witte ELENBAAS. Zij woonde met haar eerste man, (lijst 1702), in Stavenisse, buiten het dorp.
Rachel j. Quist doet belijdenis Stavenisse 14-04-1674. Zij woont 15-11-1674 Stav. (buiten dorp) bij haar ouders. Niet vermeld wanneer zij vertrokken is, maar is ingekomen St.Maartensdijk met att. van Stavenisse 1707.
Na het overlijden van Rachel komt er een testament ten gunste van de oudste zoon: testament van Johannes Anthonissen Abels, mede schepen te St, Maartensdijk, gezond: Legaat aan de armen; boedel blijft onverdeeld zolang zoon Flip van Kaashoek leeft, die niet goed bij zijn verstand is. Hij krijgt levenslang vruchtgebruik van de boedel, o.a.de hoeve en landerijen in "t Uiterste Nieuland en Middelland (50 gemeten 292 roeden). Als Flip overlijdt, worden zijn (half)broers en zusters erfgenaam. (Hij overlijdt nog geen maand na zijn vader). Voogden van Flip: Anthonij Johannes van Kaashoek. Seclusie van de weeskamer. (RAZE 5351, folio 136,28-11-1723).

Ondertrouwd 02 jul 1707 te St. Maartensdijk [zl] met:
Johannis Anthonisse #129, ged. 22 okt 1656 te Stavenisse (zl), begr. 24 apr 1739 te Stavenisse,van onder St. Maartensdijk., beroep(en): Landman in de Caashoek, zoon van Anthony Abels en Lysebeth Adriaans
Belijdenis Scherpenisse 24-12-1677.
Ingekomen St. Maartensdijk 23-4-1688 met attestatie van Scherpenisse, Johannes en zijn eerste vrouw Jannetje. Vermoedelijk waren zij daarvoor nog steeds lidmaat in Scherpenisse, maar woonde zij te St. Mrt. waar vanaf 1683 de kinderen gedoopt werden.
In het register van schepenakten van Stavenisse komt Johannes enkele malen voor.
Op 05-05-1697 verklaart Jan van der Eijk, brouwer te Stavenisse, 100 pond vis, schuldig te zijn aan Johannes Anth.; als onderpand geeft hij zijn kromstevenschuit met touwen, zeilen en ankers; borg is Adriaen Anthonisse (Las.5904 f.25v/26(. In de lidm.lijst St.Mt 1695 : Johannis Anth. en vr.Marijtje Pinte (buiten de stad).
Op 18-05-1698 wortd bovenstaande schuld voor 250 carolisguldens verlengd; als onderpand blijft dezelfde schuit verbonden; borg is nu Jacomijntje Jans, weduwe van Adriaen Anth. (Las.5904 f.48v).
Op 22-03-1699 verklaart Pieter Gillisse van Beveren 100 carolisguldens schuldig te zijn aan Johannes Anth.; de schuld is afbetaald op 03-03-1701 (Las.5904 f.65.
Volgens de lidmatenlijst St. Mrt. 1695 woonden Johannes en Maria (Marijtje) buiten de stad. In de lijst van 07-03-1706 staan beide nog vermeld.
Op 11-06-1700 koopt Johannes Anth. de heft van een welgelegen hofstede met 65 gemeten en 136 roeden koren - en weiland te ST. Maartensdijk voor f.60.-- per gemet ( zijn aandeel is dus 32 gemeten en 218 roeden).Het daarop staande huis, schuur en bakkeet is eigendom van de pachter Pieter van Oost, doch bij het einde van de pacht zal de eigenaar het huis moeten overnemen voor maximaal f.800-- (Las.5904 f.112).
Uit de rekeningen van de rentmeester van de Domeinen van St. Maartensdijk Scherpenisse blijkt dat Johannis Anth. vrij veel pachtland in gebruik heeft. In de jaren 1714-1720 bijvoorbeeld ruim 48 gemeten. (ARA s-Gravenhage inv. Hingman nr.9203 e.v.).
Johannes Anthonisse was ouderling te St. Mrt. 26-04-1704 tot (1707) en (1715 tot (1718).
Huisschatting St.Maartensdijk 1729, nr.192, Uiterste Nieuwland: Johannes Anthonissen hofstede, te betalen 1-3-4; idem, nr.213, Buytenpolders: Johannes Anth. hofstede, 1-1-0.
Uit dit alles kunnen we opmaken dat hij een redelijk bemiddeld man was.
De kinderen van Johannes Anthonisse zijn de naam "van Kaashoek" gaan gebruiken, en later de "van" weggelaten. Hij zelf heeft deze naam nooit gebruikt. Hun oom Adriaen Anthonisse, heeft in overeenstemming met zijn (neven) beroep de naam LANDMETER aangenomen. ABEL ANTHONISSE blijft het zonder achternaam volhouden.
Hoofdindex A-Z